Onderzoek hoogbegaafdheid kinderen

Er zijn in de wetenschappelijke literatuur meer dan honderd verschillende definities te vinden over (hoog)begaafdheid. In Nederland gaan wij vooral uit van multidimensionale dynamische modellen. Dit betekent dat de prestaties van een kind afhankelijk zijn van aangeboren capaciteiten persoons- en omgevingsfactoren, zoals het model van Heller (1992). Hoogbegaafdheid gaat dus verder dan het hebben van een hoog IQ. ’t Klein Bolwerk heeft ervoor gekozen om de ‘diagnose’ niet te stellen, maar de onderzoeksresultaten te beschrijven op basis van theoretische modellen. Op deze manier kan duidelijk worden wat een kind echt nodig heeft.

In een hoogbegaafdheidsonderzoek wordt bekeken wat de aanleg van het kind is en in hoeverre het de (metacognitieve) vaardigheden en de persoonlijkheid heeft om tot prestaties te komen. Bij een mogelijk zwakke metacognitie wordt verder onderzocht of er sprake is van beschikbaarheidsdeficiëntie, de (metacognitieve) vaardigheid ontbreekt geheel bij het kind, of productiedeficiëntie, het kind beschikt wel over de (metacognitieve) vaardigheid, maar past deze niet toe vanwege een gebrek aan motivatie, geen relevantie of door faalangst.

Aan de hand van de onderzoeksresultaten worden tips gegeven over welke vaardigheden verstrekt kunnen worden, teneinde de leercapaciteit zo optimaal mogelijk te kunnen ontplooien. Daarnaast wordt geadviseerd hoe de' omgeving' (ouders, school) het kind hier het beste bij kunnen ondersteunen.


‘Munich model of Giftedness and Talent’ (Heller, 1992)
 





© 2020 't Klein Bolwerk - Alle rechten voorbehouden