Executieve functies

Executieve functies zijn een goede voorspeller voor schoolsucces, meer dan intelligentie, aldus Gathercole & Alloway (2013) en Veenman (2013). Zij betreffen de cognitieve processen die nodig zijn om het gedrag te sturen om een (school)opdracht goed uit te kunnen voeren. De executieve functies kunnen op twee niveaus beschreven worden: vanuit de functies (het cognitieve niveau) of vanuit de vaardigheden (het gedragsniveau). Het eerste niveau verwijst naar wat het kind aan mogelijkheden heeft en het tweede naar wat het daar daadwerkelijk mee kan doen.

Volgens Miyake, Friedman, Emerson, Witzki en Howerter (2000) kunnen er drie belangrijke executieve functies onderscheiden worden: de inhibitie van dominante reacties, het wisselen tussen verschillende taken/ antwoordmogelijkheden en het opslaan/bijwerken van informatie in het werkgeheugen (updating). Planning wordt soms als aparte executieve functie onderscheiden, omdat hier volgens o.a. Welsh (2002) verschillende andere executieve functies voor nodig zijn.

Executieve functies spelen zich vooral 'in het hoofd' af, maar dit heeft vervolgens invloed op het gedrag van het kind. Dit zijn de executieve functies op gedragsniveau. In ons dagelijks leven nemen wij vooral de executieve functies op gedragsniveau waar. Neem bijvoorbeeld de executieve functie inhibitie. Inhibitie is belangrijk in taken waarbij een kind onbelangrijke prikkels moet negeren om zijn of haar aandacht erbij te houden. Als een kind wordt afgeleid door een zoemende vlieg in de klas en opstaat om de vlieg dood te slaan, dan ziet de leerkracht niet zijn zwakke executieve functie inhibitie, maar het afgeleide gedrag. Of de executieve functie updating. Deze is relevant bij taken die een groot beroep doen op het werkgeheugen, zoals hoofdrekenen. Hierbij moet continu onthouden worden welke stappen al gezet zijn en wat de volgende stap in de berekening is. Bij een zwakke updating zal de leerkracht zien dat een kind zeer lang met zijn schoolwerk bezig is.

Executieve functies vertalen zich dus naar gedrag. Er zijn verschillende gedragsclusters in de literatuur te vinden die min of meer direct gerelateerd kunnen worden aan de executieve functies. Bij het in kaart brengen van de executieve functies maken wij gebruik van het onderscheid in 11 vaardigheden zoals omschreven door Dawson en Guare (2009). Deze vaardigheden zijn gerelateerd aan inhibitie (reactie-inhibitie, emotieregulatie, volgehouden aandacht), shifting (taakinitiatie, flexibiliteit), updating (werkgeheugen, metacognitie) en planning (planning, organisatie, timemanagement, doelgericht gedrag).

Bij een onderzoek is het van belang om te weten of het kind een tekort in de executieve functies laat zien omdat er in aanleg een tekort is, of dat hij/zij niet geleerd heeft om de in aanleg aanwezige functies als toegepaste vaardigheid in te zetten. In het laatste geval zullen wij adviezen geven over het aanleren van de vaardigheden. Daarnaast proberen wij de omgeving (school, thuis, hobby's, sport) van het kind in kaart te brengen. Executieve functies zijn nodig om te kunnen leren, maar dan moet een kind in een omgeving gebracht worden waarin het aangezet wordt tot leren. Hoe complexer de aangeboden denkvaardigheden, des te groter het beroep op de executieve functies. Bij een gezonde verhouding tussen wat al aan kennis en vaardigheden verworven is en dat wat aan kennis en vaardigheden verworven moet worden, kan het leerproces op gang komen. In overleg met ouders en school vindt onderzoek naar executieve functies plaats.

Bronnen:

Dawson, P., & Guare, R. (2009). Slim maar... Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.

Gathercole, S. E., & Alloway, T. (2013). De invloed van het werkgeheugen op het leren: handelingsgerichte adviezen voor het basisonderwijs.Amsterdam: SWP.

Miyake, A., Friedman, N.P., Emerson, M.J., Witzki, A.H., & Howerter, A. (2000). The unity and diversity of executive functions and their contributions to complex "frontal lobe" tasks: A latent vaiable analysis. Cognitive Psychology, 41, 49-100. 

Veenman, M. V. J. (2012). Chapter 10 Training metacognitive skills in students with availability and production deficiencies. In Bembenutty, H., Cleary, T. J., & Kitsantas, A. (2013). Application of Self-Regulated Learning across Diverse Disciplines (pp. 299-324).  Biggleswade : Turpin distribution services Ltd.

Welsh, M.C. (2002). Development and clinical variations in executive functions. In D.L. Molfese & V.J. Molfese (Eds.) Developmental variations in learning. Applications to social, exective function, language, and reading skills (pp. 139-186). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum.





© 2020 't Klein Bolwerk - Alle rechten voorbehouden